Monumenten en Kunst

 
 

Pieterskerk - Pieterskerkhof 1a
Monument met een indrukwekkende historie.

 

De Pieterskerk is al van ver te zien! Volgens sommigen was de toren (in de zestiende eeuw nog zo'n 100 meter hoog) vroeger zelfs vanaf de Noordzee te herkennen, vandaar de naam 'Coningh der See'. Ook nu nog is het gebouw hét ijkpunt van Leiden. De kerk die er nu staat is een zogeheten laatgotische kruisbasiliek. Dat houdt in dat de kerk is gebouwd in de vorm van een kruis, waarbij het lange gedeelte van de kerk het schip wordt genoemd en het dwarsgedeelte het transept. Het transept vormt ook de scheiding tussen het schip en het koor, het gedeelte van de kerk waar zich bij katholiek gebruik het hoofdaltaar bevindt.
De imposante muren van de kerk zijn opgetrokken uit baksteen, geheel volgens de regels van de Vlaamse gotiek. Deze bouwstijl deed in de dertiende eeuw zijn intrede in West-Nederland.

De stijlen, pijlers en de raamvensters zijn opgetrokken uit natuursteen en zandsteen. De bouw van de huidige kerk begon omstreeks 1390 met als bouwmeester Rutger van Kampen. Veel van de gebruikte materialen werden kant en klaar aangeleverd, alleen de (heel) grote kerken hadden hun eigen bouwloods waar de materialen op maat werden gemaakt. Van de Pieterskerk is dit niet bekend, wat betekent dat de bouwheren van de kerk waarschijnlijk niet op hun werk woonden.
Tussen 1390 en 1415 kwam het koor gereed, het schip pas tussen 1410 en 1430. Na 1450 begon men aan de uitbreiding van de zijbeuken, die een stuk breder werden gemaakt. In diezelfde periode begon men aan de bouw van het transept. Aanvankelijk was dat even hoog als de zijbeuken (de ruimte die evenwijdig loopt aan het middenschip), waardoor het schip van de kerk een stuk boven de zijbeuken en het transept uitstak. Pas in de jaren zestig van de 16e eeuw bereikt de kerk zijn huidige omvang.


 
 

Lokhorstkerk - Pieterskerkstraat 1
Doopsgezinde en Remonstrantse Gemeente
Dienst zondag 10.15 u.

 

In de middeleeuwen maakte het terrein van de kerk deel uit van een grafelijk gebied met een huis waarin o.a. Floris V is geboren. In de 16e eeuw, kwam dit bezit in handen van de familie van Lockhorst. Na de sloop van het huis en de verkaveling van het terrein kocht de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente enige percelen, o.a. in 1613 en in 1638, waarna de bouw van de kerkzaal begon.
Door de uitbreiding in 1648 met het gedeelte dat zich nu achter de witte pilaren bevindt, bereikte de kerkzaal zijn huidige grootte. De kerk diende tot 1795 nog als schuilkerk.

De gang tussen de kerkruimte en de tegenwoordige kerkenraadskamer en de Vermeerzaal is pas laat overdekt.

Oorspronkelijk was dit een doodlopende steeg tussen de kerk en de voormalige kosterswoning. De uit de middeleeuwen daterende kelder van het Huis Lockhorst deed vroeger dienst als garderobe van de kerk. De tegenwoordige kerk en de overige kerkruimten zijn voor veel doeleinden geschikt en worden dan ook vaak aan anderen verhuurd. Het mooie Johannes Mitterreiter Orgel dateert van 1774. Er worden regelmatig concerten georganiseerd door diverse gezelschappen.

 
 

Lodewijkskerk - Steenschuur 19
Parochie van de Heilige Lodewijk
Vieringen zaterdag 18.00h, zondag 10.00 u en 11.30 u, maandag en woensdag 09.00 u, dinsdag, donderdag en vrijdag 19.00 u, zaterdag 09.30 u.


Er zullen maar weinig mensen zijn in onze regio die zich de kleine en charmante Lodewijkskerk in Leiden niet voor de geest kunnen halen. Met zijn fraai vormgegeven spitse toren en gotische voorgevel prijkt de kerk immers aan de bocht van het Steenschuur, tegenover het vooral bij jongeren bekende Van der Werfpark.
Het is de enige kerk uit ons dekenaat die stamt uit de middeleeuwen en die, met een onderbreking, nog steeds voor de katholieke eredienst in gebruik is. Daar moet dus wel een hele geschiedenis achter zitten en dat is ook zo. We moeten zelfs teruggaan tot het jaar 1477 toen op deze plaats een kapel gesticht werd ten behoeve van het St Jacobsgasthuis. Dat gasthuis diende als uitgangspunt voor diegenen die - al of niet met vrome bedoelingen - ter bedevaart trokken naar het Noord Spaanse Santiago de Compostela. De kapel was dan ook gewijd aan de apostel Sint Jacobus die, volgens de overlevering, met de Romeinse schepen mee al evangeliserend in Noord-Spanje terecht was gekomen.
Maar waarom draagt die kerk dan nu de naam van St. Lodewijk, een heilige koning uit de 13e eeuw?
Dat zit zo.

Toen het de stad Leiden in de 16e eeuw slechter ging en het met die bedevaarten naar Spanje al helemaal niet meer lukte, werden kerk en gasthuis in 1547 verkocht aan het Armbestuur van de nabijgelegen Pieterskerk die het geheel twintig jaar later overdeed aan het stadsbestuur. De stad bestemde de kapel vervolgens tot graanpakhuis. Vanaf de Waag werden na het bekende beleg van Leiden in 1574 dan ook haring en wittebrood uitgedeeld aan de hongerende burgers. Toen het weer goed ging met de stad kreeg het gebouw een torentje (in 1594) en ook een klokkenspel (in 1598) en veranderde de bestemming in die van Saaihal, een plaats waar de Leidse lakens werden gekeurd en van een loodje voorzien. Guidici moest, gezien het geringe oppervlak van de kerk, alle ruimte benutten en heeft daarom nauwelijks plek voor een koorgedeelte vrijgehouden. Het is dan ook altijd een beetje inschikken als de celebrant met zijn -in deze kerk altijd veel- misdienaars en acolieten de eucharistie gaat vieren. En Lodewijk? Die troont triomfantelijk in groot formaat achter het altaar met zijn koningsscepter in de hand.

.